Eerste keer Vervolg

Vaccinaties

Wanneer cursus

   

 

Vaccinaties

Vele ziekten zijn gemakkelijker te voorkomen dan te genezen en bij sommige ziekten is voorkomen de enige manier. Het lichaam reageert na besmetting met een ziekteverwekker (vb. virus of bacterie) met het maken van afweerstoffen tegen die ziekteverwekker. Deze antistoffen beschermen het dier bij een volgende besmetting.
Door nu, soms meerdere malen na elkaar, een dier een vaccin toe te dienen dat gemaakt is van de gedode of verzakte ziekteverwekker, wordt bij dit dier een bescherming (immuniteit) opgebouwd, terwijl het dier zelf niet ziek wordt. Alleen gezonde dieren kunnen dit optimaal.
Na verloop van tijd neemt de bescherming geleidelijk af, daarom is een regelmatige herenting noodzakelijk.
Jonge dieren krijgen bij de geboorte afweerstoffen mee van de moeder die hen beschermen gedurende de eerste weken. Nadien dient het dier door vaccinatie zelf zijn afweer op te bouwen. Hiervoor zijn gewoonlijk meerdere inentingen nodig.

Belangrijk: voor iedere inenting moet een pup ontwormd worden.

Op 6 weken:
De eerste inenting:
- Hondeziekte (D)                              
- Parvovirose of katteziekte (P)
- Hepatitis (H)
 
Op 9 weken:    

 

- Parvovirose of katteziekte (P)
- Kennelhoest (PB)
Op 13 weken herhaling van:  - Hondeziekte (D)
- Hepatitis (H)
- Leptospirose of ratteziekte (L)
- Kennelhoest (PB)
- Parvovirose of katteziekte (P)
 
Op 16 weken: - Hondsdolheid (R)
  (niet verplicht in Vlaanderen)
- Leoptospirose of ratteziekte (L)
 
Jaarlijks: - Hondeziekte (D)
- Hepatitis (H)
- Leptospirose of ratteziekte (L)
- Parvovirose of katteziekte (P)
- Kennelhoest (PB)
- Hondsdolheid (R)
  (niet verplicht in Vlaanderen)

Gelieve bij het eerste bezoek aan de hondenschool het diergeneeskundig paspoort (vaccinatieboekje) van Uw hond mee te brengen, zodat we kunnen nakijken of Uw hond de nodige vaccinaties gehad heeft.